



De Sardeniërs zijn een oorlogszuchtig volk. Alles in Sardenië draait om oorlog en macht en het vergaren van zoveel mogelijk grondgebied. Sardeense kinderen worden al op heel jonge leeftijd bij hun ouders weggehaald om een militaire opvoeding te krijgen. Sardenië heeft dan ook een van de grootste en best getrainde legers van het hele continent.
Aangezien de Sardeniërs steeds geprobeerd hebben om verschillende landen te veroveren, kunnen ze bij andere volkeren op niet veel sympathie rekenen. Dat de Sardeniërs alleen staan, wordt nog eens benadrukt door het feit dat ze op een eiland wonen en geen echte buurlanden hebben.

Sardenië kent geen provincies zoals de meeste andere landen. Alles wordt geregeld vanuit de hoofdstad Massala, waar koningin Caribda aan het roer staat, de dochter van de gevreesde koning Arak. Koningin Caribda vaart echter een meer vredelievende koers dan haar vader en er is voor het eerst hoop dat Sardenië ooit vrede zal kennen.
Belangrijke plekken in Sardenië zijn de hoofdstad Massala, de haven Astino, de onherbergzame Noordelijke Keten en de verboden vallei Bortana, waar volgens legendes de poort naar de Onderwereld ligt.
Sardeniërs in de boeken
Humbert, Steffan, Tago, koningin Caribda
Leuze
“Moed, glorie”