Fragment

© 2017 – Solid Tales
Alle rechten voorbehouden


Dit fragment uit ‘Na het Licht: De Cycloop’ is auteursrechtelijk beschermd en wordt als download aangeboden voor privé- en educatief gebruik. Het mag zonder toestemming en in zijn geheel afgedrukt en vermenigvuldigd worden (bvb voor gebruik in de klas), op voorwaarde dat het niet wordt aangepast, ingekort, samengevat of op eender welke andere manier wordt gewijzigd. Het doorverkopen van dit fragment of er op eender welke andere manier geld aan verdienen (bvb door het aan te bieden in een commerciële verhalenbundel of via betalende online diensten) is niet toegestaan. Het is verboden om de naam van de auteur en/of deze copyrightgegevens te verwijderen. Voor elk ander gebruik dan hierboven bepaald, is voorafgaandelijk de schriftelijke toestemming van de auteur vereist.


‘Bingo!’
Mattia wees naar een van de brede lanen die op het plein uitkwamen. Boran wist eerst niet waarover hij het had, maar toen zag hij de stoffige buggy staan, rechtover een gore kroeg. Het ding had een grotere straalmotor dan Mattia’s reactorbrommer en op de zijkant van de motor was in sierlijke letters de naam ‘LESLIE’ geschilderd. Maar wat Boran tegelijkertijd met angst vervulde en met hoop, was het witte cirkelzaaglogo met het starende oog op de brandstoftank.
Mattia had het ook gezien, maar zei niets. Uiterst omzichtig slopen ze om de verlaten auto heen. Mattia tikte onopvallend met zijn vinger tegen de kerosinetank. Het doffe geluid toverde een grijns op zijn gezicht.
‘Geef me die jerrycan, Bor!’
Hij wees naar de legergroene jerrycan, die met een touw aan het frame van de buggy was vastgesjord.
‘Wat ben je van plan?’
‘Wat denk je?’
‘Ik denk dat je gek bent!’
‘Hou liever een oogje in het zeil en geef me nu eindelijk die jerrycan!’
Boran voelde dat dit een slecht idee was, maar toch maakte hij de jerrycan los en gaf hem aan Mattia. De jongen toverde als een goochelaar een plastic darmpje uit zijn broekzak en liet het onopvallend in de kerosinetank glijden. Het andere uiteinde nam hij tussen zijn lippen en hij zoog tot Boran de brandstof door het darmpje naar boven zag floepen. Een flits van glanzend staal in het zonlicht en de helft van het plastic buisje viel op de grond. Mattia keek met een ruk op, het afgesneden uiteinde van het darmpje nog steeds tussen zijn lippen. Boran zag doodsbleek. Hij werd in een stevige wurggreep gehouden en hetzelfde vlijmscherpe mes dat het buisje had doorgesneden, zat nu tegen zijn keel aan.
‘Kleine dieven!’ sneerde een vrouwenstem.
Boran kon niet zien wie hem in een dodelijke greep had, maar het feit dat het een vrouw was, vond hij toch een beetje geruststellend – een heel klein beetje.
Bliksem sprong bovenop de tank van de buggy en gromde zijn scherpe tandjes bloot naar de aanvalster.
Mattia dacht aan zijn kruisboog, maar hij zag dat de situatie te hachelijk was voor Boran. Dat mens was verdomd snel! Verslagen stak hij zijn handen in de lucht als teken dat hij zich overgaf.
‘Hou dat mormel in toom, of ik maak er een muts van!’ snauwde de vrouw opnieuw.
‘Af, Bliksem!’ beval Mattia.
Het diertje keek zijn baasje even verwonderd aan en sprong vervolgens op de grond. Toch lieten zijn gemaskerde kraaloogjes de vrouw niet los.
Ze had lang donkerbruin haar in een paardenstaart gebonden en droeg een kaki topje zonder bh – dat had Mattia meteen gezien. Maar haar strakke blik en haar gespierde lichaam lieten vermoeden dat ze geen doetje was. Mattia was al aan het broeden op een ontsnappingsplan, maar besloot dat het voorlopig beter was om zich naar haar bevelen te schikken.
Ze liet Boran los en duwde beide jongens ruw voor zich uit. Boran tastte naar zijn keel en schrok toen zijn vingers bebloed waren. Het mes was zo scherp dat hij niet eens had gevoeld dat het een klein sneetje onder zijn adamsappel had gemaakt.
‘Doe wat ik zeg en geen trucjes!’ beval de vrouw.
Ze bracht hen naar de kroeg aan de overkant van de straat. Dat was toch in elk geval wat het nu was, want de kapotte lichtreclame boven de deur had het over een reisbureau. Een mist van rook hing over de tafels en uit een kleine cassetterecorder, die met een stuk touw bijeen werd gehouden, schetterde loeiharde rockmuziek. De mannen aan de bar keken niet op toen de vrouw met haar twee jonge gevangenen binnen kwam. De meesten waren ook te dronken om nog te reageren.
Ze leidde de jongens naar een tafeltje achterin en beval hen om te gaan zitten. Boran en Mattia gehoorzaamden en namen naast elkaar plaats op een gammel bankje. Bliksem sprong op Mattia’s schouder en begon weer te grommen, maar de jongen legde hem meteen het zwijgen op en zette de wasbeer naast zich op de bank. De vrouw ging tegenover de twee jongens zitten en Boran zag dat ze anders was dan het andere volk dat hier rondliep. Ze was niet ouder dan twintig en kon eigenlijk nog best een meisje genoemd worden. Ze borg haar grote mes weer op, maar haar rechterhand bleef onder de tafel. Met haar linkerhand rolde ze bijzonder handig een sigaret met een vreemd soort gras – tabak was allang niet meer te krijgen – en ze stak hem op met een lucifer, terwijl ze de beide knapen, en vooral Mattia, streng aanstaarde. De jongen staarde onbeschaamd terug.
‘Ik ben niet bang van jou!’ zei hij dapper.
Het meisje vertrok geen spier en antwoordde: ‘Ik heb onder de tafel een Colt Anaconda tussen je benen gericht, zodat ze hier straks pruimenpuree kunnen serveren als je ook maar één verdachte beweging maakt. Ben je daar bang van?’
‘Ik geloof je niet’, sneerde Mattia, maar hij probeerde alleen maar de schijn op te houden, want hij kon er zich zo op het eerste gezicht niet van vergewissen of het waar was of niet.
Het meisje zei niets, maar lurkte erg sexy aan haar sigaret, waarna ze de rook nonchalant in zijn gezicht blies. De jongen probeerde zich met alle geweld in te houden, maar moest uiteindelijk toch hoesten.
Bliksem dook met een piepend kuchje weg achter de rug van zijn baasje.
‘Wat ga je met ons doen?’ vroeg Boran, die zijn mond weer open durfde te doen nu het vreselijke mes was verdwenen.
Het meisje keerde zich nu naar hem en de scherpe rook prikte in zijn ogen en keel, waardoor hij geen woord meer kon uitbrengen. Ze toverde een glanzende Colt Anaconda van onder de tafel en deponeerde de revolver voor haar op het tafelblad zonder de greep te lossen. Mattia’s mond viel open, want het was een kanjer van een vuurwapen met een loop van meer dan vijftien centimeter. Je kon zo de .44 Magnum kogels zien zitten in de cilinder.
‘Dieven knal ik meestal hun stomme kop eraf…’, zei het meisje, ‘Of iets anders, want met een kaliber als dit kun je geen fijn werk verrichten.’ Ze pauzeerde even om een nieuwe trek van haar sigaret te nemen en Boran keek gefixeerd naar de opgloeiende tip.
Ze blies de rook deze keer naar boven, waar hij wervelend langs de magere gloeilamp verdween, en keek dan weer naar haar vangst. Voor het eerst zagen de jongens haar mondhoeken omhoog gaan in een brede glimlach.
‘Wees gerust. Ik dood geen kinderen’, zei ze tenslotte.
Een enorme opluchting trok door Boran heen en hoewel hij het niet duidelijk zien kon, wist hij zeker dat Mattia hetzelfde voelde.
‘Maar wat doen jullie hier in Perris?’
‘Gaat je niks aan’, antwoordde Mattia, die zich weer zeker voelde.
‘Ook goed. Ik ken genoeg mensen die fortuinen neertellen op de slavenmarkt van Barkel voor jochies met zulke gave tandjes.’
Meteen sloten Boran en Mattia allebei hun mond.
‘We zoeken jouw leider, de Cycloop’, zei Boran ten slotte.
Het meisje keek de jonge knaap zo stomverbaasd aan, dat haar sigaret bijna uit haar mond viel. Toen begon ze te gieren van het lachen.
‘Ik snap het al’, schokte ze. ‘De buggy, het logo, … Die heb ik gepikt. Op zijn wagens staat mijn naam niet.’
‘Jij heet Leslie!’ besloot Mattia verrast.
‘Wat een genie ben jij!’ grijnsde Leslie.
‘Jij hoort niet bij de bende?’ vroeg Boran een beetje teleurgesteld.
‘Ik ben hun ergste nachtmerrie. Een griet met hersens. Waarom willen jullie hem zo graag zien? Hij valt op vrouwen, hoor!’
‘Hij heeft mijn moeder’, zei Boran stil. ‘En ik wil haar terug!’
Er viel een stilte, tenminste, als je het stil kon noemen in een kroeg als dit.
‘Ik wist echt niet dat die buggy van jou was’, zei Mattia op verontschuldigend toontje.
‘Laat maar’, zei Leslie nu zacht. ‘Zeg me liever wie jullie zijn.’
De jongens stelden zich om de beurt voor.
‘Zo, Mattia en Boran’, sprak Leslie. ‘Nu we elkaar kennen als collega-dieven, wil ik voorstellen om jullie te helpen.’
‘Ons helpen? Waarom?’ vroeg Boran.
‘De vijanden van mijn vijanden zijn mijn vrienden’, antwoordde ze.
‘En hoe weten we of we jou wel kunnen vertrouwen?’ vroeg Mattia.
‘Heb ik je pruimpies eraf geschoten?’
‘Euh nee, maar misschien heb je wel een veel ingewikkelder plan, om ons naar de Cycloop te brengen in ruil voor een beloning of zo.’
‘En hoe weet Boran hier dat hij jou wel kan vertrouwen?’
‘Hij heeft mijn leven gered’, argumenteerde Boran.
Leslie knikte begrijpend. ‘Voordat jullie over me oordelen, wil ik dat we elkaar beter leren kennen.’
‘Lijkt me interessant!’ glunderde Mattia met zijn blik op Leslies boezem. Maar Boran gaf hem een stomp.
‘Zo bedoelt ze het niet, Mattia!’
Leslie glimlachte, keek om zich heen en dempte haar stem voordat ze verder ging. ‘Wat denken jullie van een maaltijd met vlees, groenten en fruit en zoveel water als jullie maar op kunnen?’
Een glimlach vulde Mattia’s gezicht. ‘Wie moeten we daarvoor vermoorden?’
‘Niemand, maar jullie moeten wel van mijn kerosine afblijven.’

Winkelwagen