Johan Vandevelde op Facebook Johan Vandevelde op Goodreads Johan Vandevelde op Instagram Johan Vandevelde op LinkedIn Johan Vandevelde op Pinterest
Maandag, 20 augustus 2018
Heb je deze al gelezen?



Wolfsangel: Apollo - fragment
© 2017 - Uitgeverij Van Halewyck
Alle rechten voorbehouden

Dit fragment uit ‘Wolfsangel: Apollo’ is auteursrechtelijk beschermd en wordt als download aangeboden voor privé- en educatief gebruik. Het mag zonder toestemming en in zijn geheel afgedrukt en vermenigvuldigd worden (bvb voor gebruik in de klas), op voorwaarde dat het niet wordt aangepast, ingekort, samengevat of op eender welke andere manier wordt gewijzigd. Het doorverkopen van dit fragment of er op eender welke andere manier geld aan verdienen (bvb door het aan te bieden in een commerciële verhalenbundel of via betalende online diensten) is niet toegestaan. Het is verboden om de naam van de auteur en/of deze copyrightgegevens te verwijderen. Voor elk ander gebruik dan hierboven bepaald, is voorafgaandelijk de schriftelijke toestemming van de auteur vereist.


Levensgif‘Ben je gek!’ riep Jarne verschrikt. ‘Da’s te hoog!’

Het dak van de container waarop Jarne stond, was een goede tweeënhalve meter boven de grond. Niet heel erg hoog dus, maar wel hoog genoeg.

‘Nonsens! Weet je nog wat ik je op sneeuwklas heb verteld? Gebruik je hele lichaam als een veer en vang de schok op!’

‘No way! Als het misloopt, breek ik mijn benen! Allebei!’

Natham zweeg, want hij realiseerde zich nu ook dat het misschien nog wat vroeg was om Jarne al van zo’n hoogte naar beneden te laten springen. Hij had er zelf maanden over gedaan voordat hij van die container had durven te springen. En als Jarne het toch zou doen en verkeerd neerkwam…

‘Niet erg! Kom er maar af!'

Jarne zuchtte opgelucht. Hij kroop naar de rand van de container, ging eraan hangen en liet zich vervolgens de laatste meter naar beneden vallen.

Natham was ondertussen met een paar fikse sprongen boven op een andere container geklommen. Jarne ging opzij terwijl zijn vriend zijn sprong berekende. Toen nam hij een aanloop en sprong. Hij maakte een salto in de lucht en landde op de ballen van zijn voeten op het asfalt. In dezelfde be weging veerde Natham diep door zijn knieën en wierp zijn lichaam naar voren in een tuimeling om de val op te vangen. Het gebeurde allemaal in enkele tellen, berekend en vloeiend als een geoliede machine.

‘Yes!’ Jarne klapte enthousiast in zijn handen.

‘Niks aan,’ zei Natham met een stoere grijns, ‘maar je moet het wel durven.’

‘Ik durf het wel’, verweerde Jarne zich. ‘Ik ben er alleen nog niet klaar voor. Ik wil niet anderhalve maand in het gips, of erger!’

Natham legde vriendschappelijk zijn arm om Jarnes schouder.

‘Hé, ik plaag je maar, hoor. Je hebt het best goed gedaan!’

Jarne keek zijn vriend aan en glimlachte. ‘Ik heb het fúcking goed gedaan!’

Natham gaf hem lachend een por.

‘Fucking loser!’ Jarne porde hem terug en het werd een speels gevecht. De jongens renden achter elkaar aan over het terrein. Natham, met zijn parkourervaring, was Jarne steeds enkele stappen voor en sprong als een gazelle over paaltjes en muurtjes.

De jongens bleven allebei abrupt staan toen autobanden over het steengruis op het terrein knisperden. Natham keek met Jarne naar de auto die de verlaten parkeerplaats op kwam gereden. Het was een matzwart gespoten Volkswagen Jetta berline met een blauwe lichtbalk op het dak. Op de deuren en de motorkap was de witte wolfsangelrune van het regime aangebracht, en de letters ‘V.O.S.’.

‘Wat doen we?’ vroeg Jarne angstig terwijl hij dichter bij Natham ging staan. Zijn hart ging tekeer in zijn borst en zijn benen voelden als pudding.

‘Blijven staan natuurlijk! Als we weglopen, zullen ze denken dat we iets uitgehaald hebben, en komen ze ons achterna.’ Natham had eens verteld dat de motor van een politiewagen opgevoerd was om zijn mannetje te kunnen staan bij snelle achtervolgingen. Natham zou vast wel kunnen ontkomen door ergens over een muurtje te klimmen, maar Jarne niet.

Aan weerskanten van de auto ging het portier open en twee vossen stapten uit. Ze waren helemaal in zwart uniform gekleed en droegen een blauwe baret met een blinkende wolfsangel. De vos die achter het stuur had gezeten, was een struise kerel met een vierkant gezicht. Zijn collega was wat groter en voor zover Jarne kon zien, was hij kaal. Ze droegen allebei een kogelwerend vest en een wapenriem met daaraan een taser, plastic handboeien, een busje traangas en een holster met een zwarte Glock.

‘Français? Vlaams?’ vroeg de kale agent. Zijn toon was nors en kil.

‘Vlaams’, antwoordde Natham.

‘Wat zijn we hier aan het doen?’ vroeg de struise agent.

‘Spelen.’

‘Spelen?’ herhaalde de kale op spottende toon.

‘Dat is toch niet verboden?’ vroeg Natham.

‘Hier mag je niet spelen’, zei de struise.

‘Dat wisten we niet. Sorry.’

‘Dat zal wel!’ snauwde de kale. Hij stapte met brede, afgemeten passen op Natham en Jarne af. Hij was misschien twee of zelfs drie koppen groter dan de jongens en keek intimiderend op Natham neer.

‘Drugs?’

Natham trok een verbaasd gezicht.

‘Wat?’

‘Hoor je niet goed, soms?’ blafte de agent. ‘Heb je drugs bij je?’

Jarne kon opnieuw die onderhuidse woede bij Natham zien opborrelen, die zich als de druk in een geiser langzaam opbouwde, tot een onvermijdelijke uitbarsting.

‘Natuurlijk niet!’ antwoordde Natham. ‘We doen niks verkeerds!’

‘Zakken leegmaken!’ snauwde de kale en hij ging uitdagend voor Natham staan. Natham keek hem hard aan met zijn donkere ogen en kruiste zijn armen voor zijn borst. ‘U heeft het recht niet om…’

Zonder waarschuwing greep de kale vos Natham met beide handen ruw bij zijn trainingsjasje beet, draaide in een snelle beweging de beide armen van de jongen op zijn rug, en smakte hem hard tegen de met grafti bekladde zijwand van een container. De bons was zo luid dat Jarne ervan grimaste. Natham bracht een kreet van pijn uit. Zijn rode koptelefoon kletterde op de grond.

‘Benen open!’

Toen Natham niet snel genoeg gehoorzaamde, schopte de kale zelf Nathams benen uit elkaar, zodat de jongen in spreidstand stond. Nathams pet viel af en de vos pakte een vuist vol van Nathams lange zwarte lokken en trok zijn hoofd naar achteren. De jongen kermde.

‘Zal ik jou eens leren gehoorzamen, vuile makak? Het is altijd hetzelfde met jouw soort! Makakken! Klotemoslims, die denken dat ze hier de wet kunnen komen stellen!’

‘Ik ben geen moslim!’ kreunde Natham. De kale vos, die nog steeds Nathams haar in zijn vuist klemde, duwde het hoofd van de jongen met een holle bons tegen de wand van de container.

‘Au!’

‘Bek dicht! Of je mag een nachtje in de cel doorbrengen!’

Met een bijna onmerkbare beweging had hij met zijn vrije hand zijn Glock getrokken en duwde de loop van het zwarte pistool tegen Nathams wang. De ogen van de jongen werden wijd van angst.

Dit was fout aan het lopen, wist Jarne en hij voelde een misselijke angst komen opzetten. Maar wat kon je als tiener beginnen tegen twee gewapende agenten die alle macht hadden, en alle vrijheid om ze te misbruiken?

‘Alstublieft’, smeekte Jarne. ‘We hebben echt niks misdaan! Laat ons gaan…’ Jarne zag machteloze tranen blinken in Nathams ogen, terwijl de struise agent al zijn zakken doorzocht en de inhoud achteloos op de grond gooide. Twee munten van twintig cent, een bijna leeg pakje kauwgum, een elastiekje, Nathams m o b i b­kaart voor het openbaar vervoer en zijn huissleutel. De vos bekeek ieder voorwerp aandachtig voordat hij het weggooide. Toen pakte hij Nathams portefeuille en viste zijn identiteitskaart eruit.

‘Kouris. Wat is dat? Spaans?’

‘Grieks’, kreunde Natham, die nog steeds met zijn wang tegen de container gepind werd. De struise vos grijnsde en Jarne zag hoe hij de geldbriefjes uit Nathams portefeuille pakte. Vanuit zijn benarde positie kon Natham het ook zien en de vos deed geen enkele moeite om het te verstoppen.

‘Dat is mijn geld!’

‘Hou je mond!’ riep de kale en ramde Nathams hoofd opnieuw tegen de stalen containerwand. Een dun druppeltje bloed baande zich een weg uit Nathams haar over zijn slaap. De struise vos vouwde de geldbriefjes dubbel en stopte ze in zijn broekzak.

Jarne kon de geiser onder Nathams oppervlak zien kolken, maar hij was machteloos. De kale vos had zijn pistool immers nog vast. Jarne vermoedde wel dat de vos het enkel had getrokken om Natham bang te maken, maar wat als de agent een verkeerde beweging maakte en hem per ongeluk een kogel door het hoofd joeg?

‘Jij ook!’ snauwde de struise vos en hij liep op Jarne af. Jarne had geen zin om ook tegen een container gesmakt te worden en al helemaal niet om een pistool tegen zijn hoofd te krijgen. Hij gehoorzaamde dan ook meteen en draaide bevend als een rietje alle zakken van zijn trainingsjasje binnenstebuiten. Mama had zijn training net gewassen en dan haalde ze steeds zijn zakken leeg. Er zat alleen een leeg zakje van gummibeertjes in, die hij daarnet met Natham had gedeeld.

‘Portefeuille!’

Jarne dacht aan het zakgeld dat mama hem had meegegeven om vanmiddag een broodje te kopen. Dat was niet zijn geld, maar mama’s geld. Maar hij durfde niet te weigeren en bevend diepte hij zijn portefeuille op uit zijn jaszak. De struise vos bekeek zijn identiteitskaart en stak hem er vervolgens weer in. Aan het geld kwam hij niet.

‘Is dat alles?’ vroeg hij met een blik op de inhoud van Jarnes zakken.

Jarne voelde zich nu ook boos worden, maar hij knikte toch. De struise agent torende boven hem uit.

‘Omdraaien!’

Jarne draaide zich met zijn rug naar de agent en voelde twee handen ruw en hard over zijn lichaam tasten. Zijn borst, zijn heupen en ten slotte zijn beide broekspijpen.

‘Omdraaien!’ klonk het opnieuw.

Jarne kon de teleurstelling aflezen op de gezichten van de vossen en dat gaf hem toch een heel klein beetje voldoening. Ze hadden niets gevonden. Geen drugs, geen wapens, zelfs geen zakmes. Jarne zag tot zijn opluchting dat de kale vos zijn pistool weer in de holster stopte en hij wist heel goed dat Natham nu dezelfde opluchting voelde.

De struise vos gaf hem zijn portefeuille terug en stak een dreigende wijsvinger uit, waarmee hij eerst naar Jarne en vervolgens naar Natham wees.

‘Jullie gaan nu maken dat jullie hier als de bliksem weg zijn! Of we zullen jullie eens leren wat er gebeurt met makakken die een grote bek opzetten!’

Natham had nog steeds de grootste moeite om zijn woede te bedwingen. De tranen stonden in zijn ogen. Het bloed had een schuine roodbruine veeg op zijn wang gemaakt. Terwijl Natham zijn spulletjes opraapte en alles weer in zijn zakken stopte, keerde de kale zich naar Jarne.

‘En jij! Jij zou beter moeten weten dan met dit soort om te gaan!’

Jarne zei niets. Hij wilde ook hier niets op zeggen. Mams had gelijk. De politie was niet langer je vriend. Uit de auto klonk het geschetter van de radio. De vossen haastten zich erheen om de oproep te beantwoorden. Toen stapten ze in en even later flitste de blauwe lichtbalk aan en reden ze met loeiende sirene weg.

Jarne en Natham keken elkaar veelzeggend aan.

‘We hadden niks gedaan!’ zei Jarne ontdaan. Zijn stem brak. De angst en de emoties die hij al die tijd had moeten verdringen, leken nu opeens op te borrelen. Hij voelde de tranen branden, maar ook de troostende hand van Natham op zijn schouder.

‘Denk je dat ze dat wat kan schelen? Kom, we zijn hier weg voordat ze terugkeren en ook jouw geld jatten!’

Jarne begreep maar niet waarom die vos het geld van Natham gepakt had, maar niet het zijne. Was het omdat hij blank was en Natham een getaande huid had? Omdat de kans klein was dat Natham of zijn ouders een klacht zouden indienen? En als ze dat toch deden, wie zou hen geloven? Wat was het woord van een familie Grieken en hun tienerzoon tegenover dat van een politieagent?

Ontwerp: Johan Vandevelde - Scripting: Pieter De Plukker   © 2002-2018