Johan Vandevelde op Facebook Johan Vandevelde op Goodreads Johan Vandevelde op Instagram Johan Vandevelde op LinkedIn Johan Vandevelde op Pinterest
Donderdag, 16 augustus 2018
Heb je deze al gelezen?



Het Kronosproject - fragment
© 2004 - Johan Vandevelde
Alle rechten voorbehouden

Dit fragment uit ‘Het Kronosproject’ is auteursrechtelijk beschermd en wordt als download aangeboden voor privé- en educatief gebruik. Het mag zonder toestemming en in zijn geheel afgedrukt en vermenigvuldigd worden (bvb voor gebruik in de klas), op voorwaarde dat het niet wordt aangepast, ingekort, samengevat of op eender welke andere manier wordt gewijzigd. Het doorverkopen van dit fragment of er op eender welke andere manier geld aan verdienen (bvb door het aan te bieden in een commerciële verhalenbundel of via betalende online diensten) is niet toegestaan. Het is verboden om de naam van de auteur en/of deze copyrightgegevens te verwijderen. Voor elk ander gebruik dan hierboven bepaald, is voorafgaandelijk de schriftelijke toestemming van de auteur vereist.


BloedlijnIn de binnenstad zweefde het verkeer tien meter boven de grond, maar op de hogesnelheidswegen flitsten de anti-zwaartekrachtauto´s voorbij aan een constante snelheid van driehonderdveertig kilometer per uur, amper een paar centimeter boven het wegdek. De chauffeurs surften op het GlobeNet, luisterden naar muziek of zochten iets in hun neus, terwijl ze het besturen van het voertuig in volle vertrouwen aan de intelligente boordcomputers overlieten. De chauffeur van een zilvergrijze Lexus MaxiGrav lag zelfs languit een uiltje te knappen en merkte dus ook niet dat twee kinderen zich met hun anti-zwaartekrachtfietsen aan zijn wagen hadden vastgeklonken en met dezelfde duizelingwekkende snelheid mee over het wegdek scheerden. Het was een systeem met elektromagneten en kabels dat Tristan zelf in elkaar had geknutseld en het werkte perfect. Niettemin was het ontzettend gevaarlijk, want als je je evenwicht verloor, kwam je onder de achterliggende auto´s terecht. Het was vorige maand nog gebeurd met een joch van hun leeftijd en Tristan had Rikkie in geuren en kleuren verteld hoe de schoonmaakploeg na het ongeval bijna vijf kilometer hogesnelheidsweg had moeten schoonspuiten. Hij had het grinnikend gehad over het confituureffect, maar Rikkie vond er niks grappig aan. Het Bowell Physics onderzoekscentrum voor kwantumfysica lag ver buiten Paragon, waar de jongens woonden. Zo´n vijf kilometer voor de afrit schakelden Rikkie en Tristan hun fietsen los en remden af.

Het onderzoekscentrum stond eenzaam tussen bossen en weilanden. Het werd omgeven door bomen en een ondoordringbaar struikgewas. Een asfaltweg leidde recht naar het gebouwencomplex. Ze konden zo de parkeerplaats op rijden.

´Misschien zijn het mijn ogen, maar ik zie geen soldaten,´ zei Tristan, terwijl ze met hun fietsen langs de kant van de weg stopten. Het gesuis van de auto´s op de hogesnelheidsweg was nog vaag te horen en in de verte konden ze de staalglazen koepels van de voertuigen voorbij zien flitsen.

Rikkie zei niets, maar de vertwijfelde uitdrukking op zijn gezicht sprak boekdelen. Het leek wel alsof ze terug in de tijd waren gegaan, jaren voor zijn vader de tijdmachine had ontwikkeld en even flitste een verschrikkelijke gedachte door Rikkies hoofd: wat als de chimpansee in het verleden toevallig een van Bernard Matthijssens voorouders had gedood en een tijdparadox had veroorzaakt? Dan werd de hele familiestamboom uitgewist. Maar dat zou betekenen dat hij en Timmy ook zouden verdwijnen en dat was niet gebeurd.

Op een paar eenzame auto´s na was de parkeerplaats van het onderzoekscentrum leeg en het gebouw zelf lag er ook verlaten bij. De jongens zetten hun fietsen tegen de muur voor de ingang en gingen door de staalglazen schuifdeuren naar binnen. Er was niemand aan de veiligheidsbalie, maar op de monitors zagen de jongens mensen en robots druk aan het werk in de kantoren.

´Kom mee!´ zei Rikkie en hij beende al naar de lift.

´Waar ga je heen?´

´Burger zoeken. Hij is de manager en hij zal ons vast ook wel kunnen vertellen waar mijn pa is.´

De lift bracht de jongens naar de tweede verdieping. Een dame met een terminal in haar hand, keek vreemd op toen ze de twee twaalfjarige jongens uit de lift zag rennen, maar voordat ze iets kon zeggen, waren ze alweer verdwenen. Bureau 221, had paps ooit eens tegen Rikkie gezegd, daar zat de grote baas waarmee hij het al zo vaak aan de stok had gehad over de financiering van het project. Op een digitaal schermpje naast de deur rolde de naam Aristoteles Burger, gevolgd door een hele hoop diploma´s en andere onzin.

Rikkie klopte aan, maar er kwam geen antwoord. De deur was echter niet op slot en schoof open. Burgers stoel was met de rug naar de deur gedraaid, maar de jongens zagen rook opkringelen achter de rugleuning en in de lucht hing een scherpe marihuanageur.

Rikkie trok Tristan mee naar binnen en de deur schoof achter hen dicht.

´Ik hoop voor jou dat het dringend is,´ klonk het vanuit de stoel.

´Ik zoek mijn vader,´ zei Rikkie zonder aarzelen.

Natuurlijk had Burger geen jongensstem verwacht en de zetel draaide meteen om. Een dikke kale man keek de knapen verrast aan. Zweet parelde op zijn voorhoofd en hij nam de joint tussen zijn lippen uit en keek ernaar.

´Verdomme sterk spul!´

´Wij zijn geen hallucinatie,´ verduidelijkte Tristan. ´Dit is Rikkie, de zoon van professor Bernard Matthijssen. We komen gewoon even vragen of u weet waar hij is.´

´De veiligheidsdienst heeft weer haar werk niet gedaan,´ brabbelde Burger en hij drukte op een knop in zijn indrukwekkende bureau. ´Norman, er staat een kleuterklas in mijn kantoor!´

´Waarom doet u dat?´ vroeg Rikkie. ´Ik ben alleen maar op zoek naar mijn v…´

´Hier werkt geen Bernard Matthijssen,´ zei Burger streng; of zo probeerde hij tenminste over te komen, want hij barstte in een onbedaarlijke lachbui uit.

´Daarom blijf ik nu van de drugs af,´ zei Tristan tegen Rikkie. ´Je maakt jezelf hopeloos belachelijk.´

Marihuana of niet, in elk geval viel er met de man niet te discussiëren, maar toen de jongens zich omdraaiden om weg te gaan schoof de deur weer open en Norman kwam binnen met een stungun in zijn hand. Hij was van Afrikaanse afkomst en stond al jaren aan het hoofd van de veiligheidsdienst in Bowell Physics. Tristan klaarde meteen op.

´Norman! Je komt als geroep...´ Maar Norman drukte op de knop van de stungun. Een knetterende elektrische ontlading van 300.000 volt schoot van de ene pool naar de andere en de jongens deinsden verschrikt achteruit.

´Norman!´ riep Tristan. ´Herken je ons niet meer?´

De bewakingsagent zei geen woord en greep hen echter stevig bij hun jacks, zodat ze geen kant meer op konden. Het tweetal verweerde zich niet. Tristan had immers al eens het ongeluk gehad om in aanraking te komen met de stungun van een staatsagent. De elektrische schok veroorzaakte een tijdelijke verlamming, waardoor je als een standbeeld op de vloer bleef liggen. Het was een ervaring die hij liever niet meer wilde meemaken.

´Gooi ze eruit en zorg dat ze niet meer binnenkomen,´ lalde Burger.

´Tot uw dienst, baas,´ antwoordde Norman met een knikje en hij sleurde de jongens hardhandig de gang in.

´Mooie vriend ben jij!´ riep Tristan ontdaan.

´Hou je mond!´ blafte de veiligheidsagent en hij duwde hun de lift in.

Maar zodra de deuren dichtschoven, leek het alsof Norman een masker afzette en hij knipoogde naar het jonge duo.

´Jullie begrijpen dat ik niet te vriendschappelijk met jullie kan omgaan voor Burgers neus,´ zei hij.

´Jullie hadden geluk dat hij net in een roes zat, want zijn woedeaanvallen zijn legendarisch. Hoe halen jullie het in je hoofd om zomaar zijn bureau binnen te vallen?´

´We vonden je niet,´ zei Rikkie. ´En Burger leek me de meest voor de hand liggende persoon.´

´Jullie vonden mij niet? Waarvoor hebben jullie me nodig?´

´Je moet ons helpen,´ zei Tristan.

´Dat hangt ervan af. Ik heb geen zin om mijn job op het spel te zetten.´

´Je moet ons gewoon vertellen wat hier aan de hand is,´ zei Rikkie. ´Mijn vader antwoordt niet meer en iedereen doet alsof ze nog nooit van hem hebben gehoord.´

Norman knikte alleen maar en toen de liftdeuren weer opengingen, greep hij de jongens weer stevig bij de lurven. Maar in plaats van hen meteen naar de uitgang te sturen, bracht hij hen naar de cafetaria.

´Drinken jullie iets?´

´Nee, dank u,´ antwoordden Rikkie en Tristan in koor en Norman zette koers naar de bar waarachter een glanzende robot met twaalf armen de klanten bediende.

´Ik kan jullie niet méér vertellen dan ik zelf weet,´ zei Norman, toen hij met een dampend bekertje koffie weer aan het tafeltje plaatsnam.

´Alle beetjes helpen,´ zei Rikkie. ´Als ik mijn vader maar terugvindt.´

´Je vader is vertrokken.´

´Vertrokken? Waarheen?´

Norman haalde zijn schouders op. ´Eergisteren heeft hij wat kisten in zijn auto geladen en ... zoefff … zonder een woord.´ Het voorval had Norman diep geraakt, want hij en Bernard waren vrienden. ´Ik dacht dat hij kwaad was op Burger en dat hij naar huis ging, maar nu ik jullie hier zie ... Je hebt gelijk. Er is hier iets niet in de haak.´

´Kun je ons in zijn lab binnenlaten?´ vroeg Rikkie.

Norman aarzelde. ´Ik weet het niet ... Het systeem registreert elke toegang ...´

Rikkie liet teleurgesteld het hoofd zakken, maar Tristan stak zijn neus in de lucht en snufte als een konijn. ´Ruiken jullie die brandlucht?´

Rikkie keek hem vreemd aan. ´Ik ruik niks.´

´Ik ook niet,´ zei Norman.

´Toch wel. En het is net alsof het uit het lab van professor Matthijssen komt!´

Rikkie en Norman hadden nu wel door wat Tristan bedoelde. Norman was verantwoordelijk voor de veiligheid in het hele gebouwencomplex en als iemand brandlucht rook, dan was het zijn taak om een kijkje te gaan nemen.

´Ja, nu ruik ik het ook,´ zei Norman met een grijns. ´We kunnen maar beter op safe spelen.´

Ontwerp: Johan Vandevelde - Scripting: Pieter De Plukker   © 2002-2018