Johan Vandevelde op Facebook Johan Vandevelde op Goodreads Johan Vandevelde op Instagram Johan Vandevelde op LinkedIn Johan Vandevelde op Pinterest
Donderdag, 24 oktober 2019


Het verloren galjoen - fragment
© 2019 - Uitgeverij Van Halewyck
Alle rechten voorbehouden

Dit fragment uit ‘Het verloren galjoen’ is auteursrechtelijk beschermd en wordt als download aangeboden voor privé- en educatief gebruik. Het mag zonder toestemming en in zijn geheel afgedrukt en vermenigvuldigd worden (bvb voor gebruik in de klas), op voorwaarde dat het niet wordt aangepast, ingekort, samengevat of op eender welke andere manier wordt gewijzigd. Het doorverkopen van dit fragment of er op eender welke andere manier geld aan verdienen (bvb door het aan te bieden in een commerciële verhalenbundel of via betalende online diensten) is niet toegestaan. Het is verboden om de naam van de auteur en/of deze copyrightgegevens te verwijderen. Voor elk ander gebruik dan hierboven bepaald, is voorafgaandelijk de schriftelijke toestemming van de auteur vereist.


Het CupidocomplotToen Haagedoorn weer boven was, weerhield Liss zich ervan om naar de deur van de kerker te sluipen. Had ze maar iets om aan de jongen te geven, zodat hij wat kon eten. Maar ze wist ook dat de keukenmeid zich vast al afvroeg waar ze bleef met de lege ketel. Ze haastte zich ook naar boven en keerde terug naar het refectorium.

Lissanda wreef over haar armen terwijl ze door de koude zaal liep. Ze pakte het handvat van de ketel beet, maar bevroor toen ze achter zich een vreemd geluid hoorde. Lissanda draaide zich heel langzaam om en keek recht in de gapende haard. Het geritsel kwam van de vloer. Een muis of een rat? Die waren er hier genoeg. Lissanda zette de ketel weer neer en waagde zich voorzichtig een beetje dichterbij. Toen zag ze het, in het schaarse daglicht dat door de schoorsteen naar beneden scheen. Daar lag iets op de vloer. Het blonk als goud en het bewoog met schichtige, angstige trekken. Lissanda knielde voorzichtig neer en zag dat het een goudvogeltje was. Het diertje was verdwaasd door de val, maar leek niets te mankeren. Zijn glanzende, goudkleurige veren zaten onder het roet. Met haar handen maakte Liss een kommetje en heel voorzichtig pakte ze het piepende diertje op. Het arme ding trilde en kon er waarschijnlijk niet bij hoe het van zijn vogelvrijheid plots in deze donkere, koude hel was beland.

Terwijl ze met haar vingers het roet van de gladde gouden veren streek, keek Lissanda omhoog in de schouw. Op de ruwe, met roet bedekte stenen waren met regelmatige afstanden houten schotten bevestigd. Die waren daar aangebracht voor de schoorsteenveger, en dan vooral voor zijn hulpje – een uitgemergeld, ziekelijk jochie van acht, dat als een aapje door de schouwen naar boven moest klimmen om het roet te verwijderen. Helemaal bovenin zag Lissanda een klein vierkantje lucht: vrijheid. Hoewel… er was ook nog de hoge muur en de poort die altijd op slot was.

Lissanda ging in de grote schoorsteen staan en stak haar hand op. Het goudvogeltje, aangetrokken door de open lucht helemaal bovenin, sloeg zijn glanzende gele vleugels uit en vloog omhoog de schouw uit.

Liss glimlachte, want een even fantastisch als opwindend idee had zich van haar meester gemaakt.

Lissanda kon het idee niet meer uit haar hoofd bannen. Het spookte rond in haar hersenpan en verhinderde haar om in te slapen. Ze lag dan ook met wijd open ogen naar het afbladderende plafond van de meisjesslaapzaal te staren. Haar bed stond dicht bij de deur, afgezonderd van de andere meisjes. Geen van hen wilde immers naast een heks slapen en ze mocht al blij zijn dat ze haar nog op de slaapzaal duldden. Liss luisterde of ze Haagedoorns voetstappen kon horen op de gang, maar het bleef stil. Hij was nu vast ook gaan slapen. Trillend van spanning sloeg Liss de lakens weg en sloop heel stilletjes naar de deur. De vloer kraakte onder haar blote voeten. Een van de meisjes draaide zich om in haar slaap. Liss glipte de gang in en keek links en rechts. De gang was stikdonker, met uitzondering van het maanlicht dat door het raam aan het einde naar binnen scheen en Liss’ schaduw lang voor haar uit wierp. In de twee jaar dat ze hier was, had ze het weeshuis op haar duimpje leren kennen en waar dat nodig was, kon ze op de tast haar weg vinden. Heel langzaam liep ze de grote trap af en ze zorgde ervoor dat ze de treden die het hardst kraakten oversloeg.

Lissanda huiverde toen haar blote voeten beneden de ijskoude vloertegels in de hal raakten. Het refectorium was donker en zag er in het maanlicht zo mogelijk nog somberder en akeliger uit dan overdag. Liss hupte snel door de gangen naar de kelder. De deur stond altijd op een kier. Ze kon niet meer op slot sinds een jongen er vorig jaar een trap tegen had gegeven toen Haagedoorn hem in het Hok wilde opsluiten. Onderaan de keldertrap gaapte zwarte duisternis en de vochtige koelte die uit de kelder kwam, bezorgde haar kippenvel. Heel voorzichtig liep Liss de stenen treden af. Het voelde alsof ze in een crypte of een graftombe afdaalde. Haar voeten raakten de ruwe vloer. Het was hier nog donkerder dan boven. Alleen een klein beetje maanlicht scheen naar binnen door de tralies van een keldergat. Maar Liss was hier al zo vaak opgesloten geweest. Met haar handen voor zich uit gestrekt, liep ze verder tot ze de koude muur voelde. Zo liep ze tastend de gang af tot de muur ophield. Nu haar ogen gewend raakten aan het duister, kon ze vaag de deur van het Hok onderscheiden.

Ze liep erheen en keek door het tralieraampje naar binnen.

‘Hé, psst!’

In het Hok viel het maanlicht door de tralies op een kleine gestalte, die op de strozak lag te slapen.

‘Hé, euh… Alexander?’ probeerde Liss een beetje luider.

De gestalte bewoog, ging overeind zitten en keek langzaam om zich heen.

‘Alexander. Ik ben het, Lissanda.’

De jongen stond op en liep naar de deur. Ze kon zijn gezicht amper onderscheiden, maar zijn stem was wel vertrouwd.

‘Alexander?’ vroeg hij nog een beetje verdwaasd van de slaap. ‘Is dat mijn naam?’

‘Nee’, antwoordde Liss. ‘Die heb ik je gegeven. Weet je hoe je echt heet?’

Het bleef lange tijd stil en Lissanda kon de jongen haast horen nadenken. Toen klonk er een zucht en zei hij zacht: ‘Ik… ik weet het niet.’

‘Dan heet je voorlopig Alexander’, zei Liss. ‘Ik hoop dat je het niet erg vindt.’

Hoewel ze het niet kon zien, voelde ze dat de jongen glimlachte.

‘Nee’, zei hij. ‘Het is best een mooie naam. Misschien heet ik wel zo. Maar ben je daarom in het holst van de nacht hierheen gekomen? Om me een naam te geven?’

‘Tuurlijk niet!’ grinnikte Liss. ‘Ik heb een plan. Een echt plan, waardoor we allebei kunnen ontsnappen.’

‘Waarom?’ vroeg de jongen alleen maar.

‘Wil je hier dan voor altijd blijven? Hier in dit hok? Want dat is wat ze zullen doen, tot je praat… of tot je erin slaagt om te ontsnappen.’

‘Natuurlijk wil ik ontsnappen, maar… waarom wil je me helpen?’

‘Omdat we hier allebei niet thuishoren en… omdat jij blijkbaar iets weet dat van belang is voor Vernalia. Anders zouden ze je niet behekst hebben. Het is een kwestie van dagen eer je geheugen terugkeert en als dat gebeurt, is jouw geheim niet meer veilig. Dan loopt Vernalia misschien wel gevaar.’

‘Vertrouw je me soms niet?’ klonk het licht beledigd. ‘Denk je soms dat ik geen militair geheim kan bewaren?’

‘Hoe zou je een geheim kunnen bewaren als je niet eens weet wat het is?’ vroeg Lissanda op haar beurt.

Even bleef het weer stil aan de andere kant van de deur.

‘Heb je de sleutel?’ vroeg de jongen uiteindelijk.

‘Die heeft Haagedoorn steeds bij zich, maar ik krijg hem wel te pakken.’

‘En waar moeten we dan heen, wanneer je me uit dit hok gekregen hebt?’

‘Laat dat maar aan mij over… Alexander.’ Ze hoorde de jongen nu duidelijk grinniken en voelde door de tralies een zucht warme adem op haar wang. Was het een teken dat hij de naam toch niet zo goed bij hem vond passen? Dat zijn echte naam stilaan meer naar de oppervlakte kwam van de leegte die de betovering in zijn hoofd had achtergelaten?

Ontwerp: Johan Vandevelde   © 2002-2019