Nieuwsfeed E-mail Johan Vandevelde op Facebook Johan Vandevelde op Goodreads Johan Vandevelde op LinkedIn Johan Vandevelde op Google+ Johan Vandevelde op Pinterest
Vrijdag, 22 september 2017
Heb je deze al gelezen?



Robin Roover en het geheim van Lingerton Castle
© 2011 - Uitgeverij Abimo
Alle rechten voorbehouden

Dit fragment uit ‘Robin Roover en het geheim van Lingerton Castle’ is auteursrechtelijk beschermd en wordt als download aangeboden voor privé- en educatief gebruik. Het mag zonder toestemming en in zijn geheel afgedrukt en vermenigvuldigd worden (bvb voor gebruik in de klas), op voorwaarde dat het niet wordt aangepast, ingekort, samengevat of op eender welke andere manier wordt gewijzigd. Het doorverkopen van dit fragment of er op eender welke andere manier geld aan verdienen (bvb door het aan te bieden in een commerciële verhalenbundel of via betalende online diensten) is niet toegestaan. Het is verboden om de naam van de auteur en/of deze copyrightgegevens te verwijderen. Voor elk ander gebruik dan hierboven bepaald, is voorafgaandelijk de schriftelijke toestemming van de auteur vereist.


Beluister hier het fragment ingelezen door de auteur!
 


Robin Roover 1Robin, die er met zijn veel te lange mouwen nog steeds als een zeehond uitzag, glipte ongemerkt langs het personeel en sloop de gang door naar de vergaderzaal waar de tentoonstelling was.

Hij was bijna bij de deur toen die ineens krakend openging en hij ijlings dekking moest zoeken achter een harnas. Tussen de blikken benen zag Robin de bewaker naar buiten komen. Hij was bijna net zo zwaar gebouwd als lord Rundvee en droeg een uniform met een donkerblauwe jas en een donkere broek. Op zijn hoofd prijkte een grote pet met het glanzende koperen logo van een bewakingsbedrijf en aan zijn riem hingen een stel handboeien en een busje traangas. Het antieke parket kraakte onder zijn netjes opgepoetste schoenen en Robin dook een beetje dieper weg tussen de benen van het harnas toen hij voorbij kwam. Zodra de bewakingsagent uit het zicht was, krabbelde Robin uit zijn schuilplaats en haastte zich naar de deur. Die stond nu op een kier en de jongen gluurde naar binnen. Er was niemand te zien; ook zijn moeder niet. De zaal was versierd met een heleboel vlaggen: Britse Union Jacks, wit-groene Welshe vlaggen met een rode draak erop en natuurlijk de vlaggetjes met het Lingerton Cross die ook op het marktplein hingen.

De ochtendzon scheen door de hoge ramen in mistige stralen naar binnen. Robin wilde net weer weggaan toen hij plots de vitrine in het midden van de zaal in het oog kreeg. De kast die hij gisteren met Marc van bovenaf had gezien en waarin het Lingerton Cross was tentoongesteld, was afgedekt met een reusachtig donkerrood laken. Er zat een touw aan vast, dat via een katrol aan een haak was vastgeknoopt. De premier zou tijdens de plechtigheid aan het touw moeten trekken om het rode laken

te laten vallen. Robin boog even achterover om in de gang te kijken of de kust veilig was en sloop toen stil naar binnen.

Zijn zeehondenmouwen was hij allang vergeten.

Op een meter rond de vitrine waren rode fluwelen koorden gespannen om iets te nieuwsgierige bezoekers op een afstand te houden. Aan de zijkant van de kast was het laken een beetje omhooggetild, zodat het gepantserde glas zichtbaar was.

Zou hij het wagen? Robin keek nog een keer naar de deur waardoor hij naar binnen was gekomen en luisterde aandachtig. Geen krakende voetstappen op het parket.

Hij nam een beslissing en kroop onder de touwen door. Heel voorzichtig tilde hij het uiteinde van het laken op en gluurde eronder. Het gouden kruis rustte op een glazen plaat, zodat bezoekers het van alle kanten konden bekijken en zelfs onder het laken schitterde het bijzonder fel, belicht van bovenaf door

de verblindende spots. Het gepolijste goud werkte haast als een spiegel en Robin kon zijn eigen nieuwsgierige snoet erin vervormd zien. Het oppervlak van het kruis was niet helemaal glad en gelijkmatig en hier en daar was het zelfs gedeukt. Niet echt verwonderlijk, aangezien Cyaran McGinty zich volgens de legende met het kruis in zijn armen van de klippen had geworpen.

Maar Robin zag ook iets anders; iets dat zijn nieuwsgierigheid pas goed prikkelde: In de onderzijde van de voet van het kruis, die door het glas heen zichtbaar was, waren vreemde lijnen en tekens gekrast.

De speurder in Robin kwam meteen naar boven en hij pakte snel zijn gsm uit zijn broekzak. Hij zoomde in op de vreemde tekens, maar op het moment dat hij de knop indrukte en de foto bliksemsnel in het geheugen van zijn gsm werd opgeslagen, kwam er een hand met een harde klap op zijn schouder neer.

Robin gaf een gil terwijl de hand hem ruw onder het laken vandaan trok. Het was de bewakingsagent. Robin was zo opgegaan in het mysterie van de inscripties onder het kruis dat hij de voetstappen niet had gehoord. Hij had wel de kans gehad om zijn gsm snel in zijn broek te stoppen, op een plek waar de

bewakingsagent niet zou durven zoeken.

‘Wat voer jij hier uit?’ klonk het bars.

De man had een rond pokdalig gezicht en een grote, borstelige snor die hem aan lord Rundvee deed denken. De blik van zijn donkere ogen leek dwars door de tengere jongen heen te kijken.

‘Ik... ik...’, stamelde Robin. ‘Ik ben uitgenodigd!’ En als bewijs toonde hij zijn nog-niet-zo-nette pak.

‘Nou, dat moet his lordship dan maar eens bevestigen’, bromde de bewakingsagent. Hij nam Robins arm met de lange mouw in een ijzeren greep en sleurde hem de vergaderzaal uit. Robin voelde zich als een hulpeloos wagonnetje achter een stomende locomotief en hij had zo’n vermoeden dat Lord Rundvee er helemaal niet om zou kunnen lachen als hij de jongen uit België voor de tweede maal de les zou moeten lezen. Allerlei rampenscenario’s spookten door zijn hoofd. Het ergste daarvan was dat mams misschien wel haar werk zou verliezen...

‘Nee, wacht!’ riep hij wanhopig in een poging om de trein te stoppen. ‘Ik kan het uitleggen!’

Maar de bewakingsagent luisterde niet en stoomde met de zeehondenjongen achter zich aan door de entreehal.

‘Robin?’

De bewakingsagent kwam tot staan toen een vrouw met een dampende ketel vol gloeiend hete soep hem de weg versperde.

‘Mama!’ riep Robin opgelucht.

Stella Roover zette de ketel op de vloer, maar weigerde de agent door te laten. De man trok de jongen hardhandig achter zich vandaan.

‘Is deze bengel van u, mevrouw Roover?’

‘Jammer genoeg wel, mister Doyle’, zei Stella bits. ‘Wat heeft hij nu weer uitgehaald?’

‘Niks ergs, mevrouw Roover’, antwoordde de agent. ‘Maar hij is wel nieuwsgieriger dan goed voor hem is.’

Robin voelde dat de ijzeren pers hem losliet en hij wreef over zijn arm terwijl hij de man een boze blik toewierp.

‘Ja, dat weet ik’, zei Stella. ‘Het spijt me, u zult geen last meer van hem hebben.’

‘Dat hoop ik, mevrouw Roover. We kunnen hier geen kwajongensstreken hebben; zeker vandaag niet.’

De bewaker maakte rechtsomkeert en verdween weer in de richting van de vergaderzaal. Robin stond voor zijn moeder middenin de drukte, maar daarmee was de kous natuurlijk niet af. Stella zette haar handen in haar zij en keek haar jongen streng aan.

‘Misschien moet ik maar weer eens een babysit voor jou gaan inhuren, Robin Roover!’

‘Wat!?’ kreunde Robin.

‘En wat loop je erbij! Je lijkt wel een zwerver! Geen wonder dat ze je meteen bij je kladden pakken!’

‘Mijn hemd is te groot!’ weerde Robin zich. ‘Het is er een van papa! Daarom was ik jou aan het zoeken!’

Stella zweeg een paar tellen. Toen bracht ze haar hand met een zucht naar haar gezicht.

‘Verdorie!’

‘Mrs. Roover!’

Een man in een deftig pak tikte driftig met zijn wijsvinger op zijn horloge, als teken dat ze moest voortmaken.

‘Ja, oké’, zei Stella snel en ze zuchtte opnieuw. Toen pakte ze haar portefeuille uit de zak van haar rok en propte Robin twee briefjes van twintig pond in de hand.

‘Hier, ga in het dorp een hemd kopen en kom daarna meteen terug hierheen!’

‘Oké, mam. Mag ik van de rest snoep ko...?’

‘Je geeft de rest aan mij!’ zei Stella bits en tilde haar soepketel weer op.

Ontwerp: Johan Vandevelde - Scripting: Pieter De Plukker   © 2002-2017