Nieuwsfeed E-mail Johan Vandevelde op Facebook Johan Vandevelde op Goodreads Johan Vandevelde op LinkedIn Johan Vandevelde op Google+ Johan Vandevelde op Pinterest
Zaterdag, 16 december 2017
Heb je deze al gelezen?



Het Cupidocomplot - fragment
© 2016 - Solid Tales & De Scriptomanen
Alle rechten voorbehouden

Dit fragment uit ‘Het Cupidocomplot’ is auteursrechtelijk beschermd en wordt als download aangeboden voor privé- en educatief gebruik. Het mag zonder toestemming en in zijn geheel afgedrukt en vermenigvuldigd worden (bvb voor gebruik in de klas), op voorwaarde dat het niet wordt aangepast, ingekort, samengevat of op eender welke andere manier wordt gewijzigd. Het doorverkopen van dit fragment of er op eender welke andere manier geld aan verdienen (bvb door het aan te bieden in een commerciële verhalenbundel of via betalende online diensten) is niet toegestaan. Het is verboden om de naam van de auteur en/of deze copyrightgegevens te verwijderen. Voor elk ander gebruik dan hierboven bepaald, is voorafgaandelijk de schriftelijke toestemming van de auteur vereist.


Beluister hier het fragment ingelezen door de auteur!
 


Het CupidocomplotZodra Dion de deur van de gymzaal open duwde, sloeg de scherpe geur van rubber en oud zweet in zijn gezicht als een klamme vod. Dion sloot de deur achter zich en was alleen met zijn hijgende ademhaling. De stilte en de afmetingen van de gymzaal deden hem denken aan een kerk; een donker heiligdom van bokken, matten en trampolines.

Als er één plek was waar ze hem niet zouden komen zoeken, dan was het wel hier. Marco wist immers dat de gymzaal voor Dion de meest afschuwelijke plek was op de hele school, waar hij steeds weer de ene vernedering na de andere onderging. Daar ging je niet voor je plezier zitten. Maar Dion was hier ook niet voor zijn plezier.

Zijn voetstappen galmden oorverdovend door de lege zaal. De rode deur naar de kleedkamer stond op een kier. Wat als mijnheer Verhasselt er was! Dion bleef staan en hield zijn adem in. Het bleef stil. De kust was veilig.

Heel voorzichtig duwde hij de deur verder open. De oude scharnieren ratelden als een machinegeweer. Dion glipte snel naar binnen en sloot de deur weer achter zich.

Alles op deze school was groter en indrukwekkender dan in zijn oude gemeenteschool en dat gold ook voor de kleedkamer. Die was immens! De spierwitte tegels op de vloer en aan de muren deden hem onvrijwillig aan een slachthuis denken. Tegen de linkermuur en in het midden stonden twee lange rijen banken met erboven een rek met stalen haken om je kleren aan op te hangen. In Dions verbeelding kon je er ook pas geslachte dieren aan ophangen om ze ondersteboven te laten leegbloeden.
Helemaal achteraan waren de douches en langs de rechterkant, onder de smalle raampjes die hoog in de muur zaten, stonden drie wastafels. Slechts één ervan had nog een spiegel, die bovendien een diagonale barst had.

Dion trok zijn jas uit, gooide zijn rugzak op de bank en bleef voor de wastafel staan. In de spiegel staarde een magere jongen met donkerblond haar en een bleek kinderlijk gezicht hem aan. Uit de opgestroopte mouwen van zijn sweater staken dunne armpjes die steeds weer in elkaar zakten wanneer hij bij gym een handstand probeerde. In zijn hoofd kon hij het spottende lachen horen van zijn klasgenootjes. Dion de slappeling. Dion die de bal steeds liet vallen. Dion die geen salto kon maken. Dion die altijd als laatste werd gekozen...

Dion ging naast zijn rugzak op de bank zitten en spreidde op zijn knieën het pakje van zilverpapier open waarin zijn boterhammen zaten. De lage herfstzon scheen door het matte glas in de ramen naar binnen en scheerde langs een eenzame gymtas die aan de kapstok hing. Dion nam een hap en luisterde naar de stilte, die alleen doorbroken werd door het zoemen en het tikken van een vlieg tegen het glas. In de douches viel een verdwaalde druppel. In een verre hoek van de kleedkamer hing een spin in haar web geduldig te wachten op een prooi.

Omdat mams een nieuwe baan had bij een groot architectenbureau, was Dion tijdens de grote vakantie met haar naar een flat dichter bij de stad verhuisd. Nu hij naar de middelbare school zou gaan, moest hij toch van school veranderen en mams had zich in het hoofd gehaald dat de verhuizing om die reden voor hem minder zwaar zou zijn. Dion zou zijn vrienden hoe dan ook missen, maar ze had hem verzekerd dat hij snel nieuwe vrienden zou maken en dat hij zijn oude school binnen een maand wel weer zou vergeten zijn. Als architect kon mams heel goed vertellen hoe mooi en fantastisch het allemaal zou zijn, maar voor Dion had het allemaal net even anders uitgepakt.

De eerste schooldag was het al meteen fout gegaan. Misschien had Marco Coppyn toen net een rotdag; of was het omdat Dion klein en tenger was? Was het omdat hij de verkeerde kleren droeg of op een verkeerde manier naar Marco had gekeken? Wie zal het zeggen? Dion bestond gewoon en dat was voor Marco reden genoeg.

Toen Dion die eerste schooldag tijdens de middagpauze zijn boterhammen wilde opeten, stond Marco ineens bij zijn tafel. Hij had hem met beide handen beetgepakt en hem met een hard ‘Pak je weg, sukkel!’ op de grond gegooid. Vervolgens had Dion zijn boterhammen door de lucht zien zeilen, de vuilnisbak in. Ze waren met z’n drieën: Marco, Jens en Karl. Zittenblijvers van dertien. Ze negeerden Dion en begonnen de Clubs en Martino’s op te eten die ze in de broodjeszaak op de hoek waren gaan kopen.

Dion wou Marco vragen wat hij misdaan had, maar jongens als Marco hebben daar nooit een antwoord op. Bovendien zou Marco alles wat Dion deed of zei als een provocatie beschouwen. Antwoorden zouden er nooit komen en boterhammen had hij ook niet meer, dus zat er voor Dion niks anders op dan stilletjes af te druipen.

Dat was de eerste keer. Dag nul. Vanaf dat moment was het van kwaad tot erger gegaan.

Wanneer Marco en zijn kompanen hem in de gaten kregen, had hij gegarandeerd prijs. Als hij geluk had kreeg hij alleen maar een flinke duw of een stomp of een trap tegen zijn achterste. Maar als Marco in een rotbui was kon hij het hard te verduren krijgen.

Ook in de klas bleef Dion niet voor Marco’s terreur gespaard.

Balpennen verdwenen spoorloos of braken spontaan in tweeën, in zijn schriften verschenen scheldwoorden en gisteren nog was hij een slijmerige fluim tegengekomen in zijn spellingschrift.

Als Dion goede cijfers behaalde – meestal voor wiskunde, waar Marco zo slecht in was – kon hij ook weer een heleboel ellende verwachten. Marco reageerde zijn rode cijfer geheid op hem af en noemde hem het holvriendje van de leraar. Dan gebeurde het wel eens dat een huiswerk spoorloos verdween, waardoor Dion dan weer een nul kreeg. Dion zorgde er dan ook meestal voor dat zijn huiswerk nooit perfect was, want als hij het maximum van de punten kreeg en bovendien ook nog een complimentje van de leraar, dan had dit hetzelfde effect op Marco als een rode lap op een stier.

Vorige maand had Karl zijn e-mail adres te pakken gekregen en sindsdien werd Dion bestookt met scheldmails waarin de vreselijkste dingen stonden. Zelfs zijn moeder werd niet gespaard en een achterlijke aidshoer genoemd. Ze zeggen wel eens dat het alleen maar woorden zijn, maar ze kwamen aan als messteken. Blokkeren hielp niet, want Marco gebruikte steeds weer een ander, vals e-mail adres. Ten einde raad had Dion uiteindelijk zijn e-mail adres veranderd. Het nummer van zijn gsm hield hij dan ook angstvallig geheim.
Vrienden had Dion niet op zijn nieuwe school en er was ook niemand die het voor hem durfde op te nemen. De vrienden van Dion zouden Marco’s vijanden worden en dat wilde niemand.

Dion verfrommelde het lege zilverpapiertje en zag dat de vlieg in het web van de spin was beland. Ze spartelde en sloeg met haar vleugels, maar de spin wikkelde haar meedogenloos in spinrag en plantte haar giftanden in haar lijf.

Dion wendde zijn hoofd af van de moordpartij en keek op zijn horloge. Het was een gouden Omega met een grote witte wijzerplaat en een bruin leren polsbandje, die eerder bij een veertigjarige zakenman paste dan bij een jongen van Dions leeftijd. Dion had het horloge ook niet zelf gekozen. Hij had het drie jaar geleden van zijn opa geërfd en het was zo ongeveer het meest waardevolle dat hij bezat. Hij hield erg veel van zijn opa en door het horloge te dragen had hij het gevoel dat opa nog steeds bij hem was. Die gedachte hielp hem om Marco’s terreur te doorstaan.

Nog een kwartier voor de bel ging – een eeuwigheid. Dion mikte het bolletje zilverpapier in de prullenbak. Vroeger was de middagpauze steeds zijn favoriete moment van de dag geweest, maar nu leek het meer op een oneindige vlucht waarbij je steeds weer moest proberen om de jagers te slim af te zijn.

Dion deed zijn rugzak dicht en trok zijn jas aan. Het regende niet meer. Misschien kon hij wat rondhangen in de buurt van het sportveld of onder de plataan bij het chemielokaal. Overal waar Marco niet kwam...

De stilte in de gymzaal werd verjaagd door het geluid van buiten. De deur was opengegaan. Dat was vast mijnheer Verhasselt die het een en ander kwam klaarzetten voor het volgende lesuur. Als hij Dion hier aantrof zou er wat zwaaien. Dion verstopte zijn rugzak onder de bank en sloop stilletjes de douches in. Daar hurkte hij achter het lage muurtje en luisterde naar zijn dreunende hart. Hij hoorde stemmen in de gymzaal: jonge puberstemmen. Marco, Jens en Karl!

Dion voelde de angst in zijn maag knijpen en zijn hart ging nog sneller slaan. Op dit moment had hij er alles voor over om betrapt te worden door mijnheer Verhasselt.

‘Aarsjeuh!’

Marco’s plagerige stem weergalmde in de gymzaal en deed Dion nog verder wegduiken in zijn schuilplaats.

‘We weten dat je hier zit, Aarsje!’

Dions familienaam was Aerts. Het was Jens die dit koosnaampje verzonnen had. Marco was immers veel creatiever in het verzinnen van scheldnamen voor zijn slachtoffers.

Dion hoorde matten verschuiven en hij voelde een klein sprankje hoop dat Marco er niet aan zou denken om in de kleedkamer te kijken. Misschien zou mijnheer Verhasselt wel komen en ze naar buiten jagen. Het was het enige waarop hij nu kon hopen.

Hoop... Sinds hij in de eerste zat, leek het nog het enige waar zijn leven om draaide. Hoop dat Marco afwezig zou zijn, hoop om ongeschonden de dag door te komen, hoop dat ze hem voor één keer met rust zouden laten. Dion keek opnieuw op zijn horloge. In het halfdonker van de douche lichtten de fluorescerende cijfers gifgroen op. Nog elf minuten...

De deur van de kleedkamer vloog met een knal open. De luchtstroom liet de spin en haar prooi dansen in het web. Dion hield zijn adem in en kneep zijn ogen dicht terwijl hij naar de trage zelfverzekerde passen van zijn kwelduivels luisterde. Zijn hart dreunde wild in zijn borst en hij beefde van angst.

‘Zijn rugzak ligt hier’, zei de stem van Jens.

Dion hoorde wat geschuifel en zag zijn rugzak met een dreun in de douche belanden.

‘Zet het water aan!’ grinnikte Karl.

Dion hoorde voetstappen dichterbij komen, maar hij liet ze de kans niet om hem te vinden. Hij stormde achter het muurtje vandaan, griste zijn rugzak van de vloer en zette het op een rennen naar de openstaande deur. Zijn voet bleef achter iets haken en het volgende moment smakte Dion keihard op de gladde kleedkamervloer. Zijn rugzak viel open en zijn boeken en schriften waaierden uit over de vloer.

Jens en Karl gierden het uit.

‘Wat een sukkel!’

‘Kijk eens wie we hier hebben!’ lachte Marco. ‘Ons Aarsje. We hebben morgen pas gym hoor!’

Dion draaide zich op zijn rug zodat hij zijn belagers kon zien. Hij zocht steun met zijn handen om weer op te kunnen staan, maar Marco was in twee passen bij hem en plantte zijn voet op zijn borst zodat Dion tegen de grond werd gedrukt. Marco’s lichtblonde haar ging voor een deel schuil onder een zwarte pet met een skateboardmerk erop. Zijn gezicht was bespikkeld met zomersproeten, die hem iets vertederends gaven; maar niet voor Dion. Marco’s bovenlip ging omhoog in een snerende grijns die zijn bovenste rij blokjes toonde. Zijn staalgrijze ogen keken kil neer op zijn slachtoffer.

Karl hurkte achter Dion, pakte zijn handen beet en pinde ze naast zijn slapen op de grond.

Marco ging wijdbeens bovenop Dions borst zitten zodat de jongen geen kant meer op kon. Wat ze ook met hem van plan waren, hij zou het lijdzaam moeten ondergaan. Als een vlieg in het web van de spin.

Ontwerp: Johan Vandevelde - Scripting: Pieter De Plukker   © 2002-2017